Depressief door antidepressiva

SSRI-antidepressiva tasten het beloningssysteem van de hersenen aan en kunnen juist een disbalans in neurotransmitters veroorzaken, zo blijkt uit nieuw onderzoek. Antidepressiva werden gepresenteerd als het wondermiddel voor depressie klachten. Deze passieve behandeling blijkt gebaseerd op misleidende informatie. Bij het afbouwen van deze medicatie krijg je ook nog eens te maken met het ontwenningssyndroom. Het blijkt namelijk dat de medicijnen verslavend zijn. Dat verklaart waarom het erg lastig is om te stoppen. 

Gebruik jij deze medicatie en wil je graag stoppen? Of, overweeg jij te starten met deze medicatie? Lees het onderstaande artikel op je gemak door. Deze informatie komt uit het medisch dossier en is gebaseerd op reguliere onderzoeken. Als je naar aanleiding van het lezen van het artikel vragen, overleg ze vooral met je behandelaar. 

Zoals weer blijkt is een klacht niet eenzijdig te benaderen. Het is essentieel om naar het gehaal te kijken. Denk daarbij aan, je hormoonhuishouding, hormoonbalans, de kwalitatief je darmen, laaggradige ontstekingen, etc. Daarnaast is een gezonde leefstijl ook van belang, slaap je genoeg, neem je genoeg rust, hoe is het met je (onbewuste) stress, hoe is het met je vitamines en mineralen gesteld, wat is de invloed van medicatie? Zomaar een korte opsomming van een aantal zaken die belangrijk zijn in dit totale plaatje. Het is dus vooral van belang om actief te behandelen, vanuit het geheel bekeken! De kern van de oorzaak aanpakken kan een goede weg naar herstel zijn. 

Wil je graag weten wat er voor jou als vrouw mogelijk is vanuit de homeopathische behandeling? Mogelijk tezamen met supplementen, voeding en hormonale balans? Neem dan gerust contact met me op. 

Helen 

De psychiatrie verkeert in een crisis

Het beroep wordt onder meer geteisterd door stijgende geestelijke gezondheidsstatistieken en herstelpercentages van patiënten die al jaren stagneren. Daarnaast is er groeiend bewijs dat psychoactieve medicijnen – waaronder enorm winstgevende antidepressiva – als primaire be-handeling niet zo goed werken. Ze worden zelfs gekoppeld aan een hele reeks van schadelijke bijwerkingen die steeds moeilijker te negeren zijn. Verreweg de grootste consumenten van antidepressiva zijn echter vrouwen. Volgens het Amerikaanse volksgezondheidsinstituut CDC had meer dan 17% van de Amerikaanse vrouwen in 2015-2018 de voorgaande maand antidepressiva gebruikt, en voor vrouwen ouder dan 60 jaar steeg dat aantal tot bijna een op de vier (24,3%).3

Prozac als ‘wondermiddel

Momenteel gebruikt een op de zes Amerikanen een antidepressivum; een kwart van die mensen slikt ze al tien jaar of langer. Na het enorme succes van Prozac lanceerde Pfizer in 1992 zijn eigen antidepressivum Zoloft. Als eerste begon Pfizer in openbare advertenties te beweren – zonder een greintje ondersteunende data – dat de medicijnen een ‘chemische onevenwichtigheid in de hersenen’ corrigeerden.

De farmaceutische industrie gaf deze theorie met behulp van marketing door aan psychiaters en huisartsen, die vervolgens aan neerslachtige of moedeloze patiënten vertelden dat het moest liggen aan een tekort aan serotonine, een neurotransmitter die cruciaal is voor het behoud van een gevoel van welzijn. Het werd gepresenteerd als een tekort aan schildklierhor-moon, dat net zo goed te corrigeren was met antidepressiva als diabetes met insuline.

Het maakt niet uit dat er geen bewijzen waren voor de theorie van “chemische onevenwichtigheid’. In de afgelopen drie decennia werd deze theorie aan consumenten verkocht.  Pas de afgelopen jaren, nu de theorie herhaaldelijk is ontkracht, wordtde chemische-onevenwichtigheid-theorie minder vaak aangehaald, hoewel sommige artsen er nog steeds aan vasthouden.

Geen oorzaak, wel gevolg 

Hoewel de wetenschap een disbalans in neurotransmitters als onderliggende oorzaak van depressie heeft uitgesloten, lijkt SSRI-gebruik bij depressie dat wel als gevolg te heb-ben. Zoals Robert Whitaker in zijn baanbrekende boek Anatomy of an Epidemic (Crown, 2011) schreef: ‘Zo-dra iemand psychiatrische medicatie krijgt, die op de een of andere manier de gebruikelijke werking van een neuronale route in de war schopt, beginnen zijn of haar hersenen… abnormaal te functioneren.’ Ze keken naar de effecten van een SSRI (escitalopram) op een groep van 66 gezonde vrijwilligers. Een van de goed gedocumenteerde bijwerkingen van SSRI’s, gemeld door 40-60% van de gebruikers, is emotionele ‘afstomping, of geen plezier meer kunnen voelen.

Emotionele afstomping

Dezelfde studie bevestigde ook een andere veelvoorkomende bijwerking van antidepressiva: degenen die de medicijnen gebruikten, meldden dat ze moeite hadden om een orgasme te krijgen tijdens seks. ‘Emotionele afstomping is een veelvoorkomende bijwerking van SSRI-antidepressiva’, zegt Barbara Sahakian, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Cambridge en een van de auteurs van het onderzoek. ‘In zekere zin is dit misschien gedeeltelijk hoe ze werken – ze nemen een deel van de emotionele pijn weg die mensen met een depressie voelen, maar helaas lijken ze ook een deel van het plezier weg te nemen. Het onderzoek laat ons nu zien dat dit komt doordat mensen minder gevoelig worden voor beloningen, die belangrijke feedback geven.”

En zouden de medicijnen door het onderdrukken van deze belangrijke cognitieve functie niet leiden tot een groter gevoel van mislukking en pessimisme? Gebrekkige beloningsherkenning is echter slechts een van de vele bijwerkingen van antidepressiva die door geestelijke gezondheids-zorgprofessionals lang niet is erkend.

Seksuele disfunctie staat ook hoog op de lijst. Dat geldt ook voor geagiteerd of angstig zijn, hevig zweten en misselijkheid. Ironisch genoeg staan ook zelfmoord en zelfmoordgedachten op de lijst.

Bijwerking: zelfmoord

In 2004 liet de Amerikaanse FDA een zwart-omrande waarschuwings-tekst zetten op alle antidepressiva, nadat uit placebo gecontroleerde onderzoeken was gebleken dat ze het risico op zelfmoordgedachten en -gedrag bij kinderen en adolescenten verhoogden. Deze bijwerkingen waren het sterkst merkbaar binnen de eerste negen dagen na het starten van de medicijnen. 8

Een overzichtsartikel uit 2016 van 13 geneesmiddelenonderzoeken, gepubliceerd in het Journal of the Royal Society of Medicine, onderzocht suïcidaliteit bij volwassenen die anti-depressiva gebruikten. De uitkomst was nog vernietigender. ‘We ontdek-ten dat antidepressiva het risico op suïcidaliteit en geweld verdubbelen, waarbij vooral interessant is dat de vrijwilligers in de onderzoeken die we hebben beoordeeld, gezonde volwassenen waren zonder tekenen van een psychische stoornis, aldus de onderzoekers. Er waren aanwijzingen dat de medicijnen gezonde mensen suïcidaal maakten. Bovendien waarschuwden de onderzoekers: ‘Het lijdt weinig twijfel dat we de nadelen van antidepressiva hebben onderschat.’ Ze gaven medicijnfabrikanten de schuld van de onderrapportage van ernstige schade door ‘het simpelweg niet te melden in de rapporten, door het een andere naam te geven of door wetenschappelijk wangedrag te plegen’.

Ze wezen op het geval van een gezonde 19-jarige studente, die vrijwillig meedeed aan een proef naar het antidepressivum duloxetine van Eli Lilly om haar collegegeld te helpen betalen. Zij hing zichzelf later op in een laboratorium dat door het bedrijf wordt gerund. ‘Het bleek dat de studente en ten minste vier andere vrijwilligers waarvan bekend was dat ze zelfmoord hadden gepleegd, nergens voorkwamen in de dossiers van de FDA.

Ontwenningssyndroom

Een ander neveneffect van antide-pressiva is het ontwenningssyndroom. De reguliere geneeskunde heeft tientallen jaren ontkend dat de medicijnen verslavend zijn, maar duizenden patiënten die hun slopende ontwenningsverschijnselen op online forums beschrijven, hebben een professionele discussie over het afhankelijkheidsprobleem afgedwongen. Een nieuw artikel, gepubliceerd in maart 2023 in het British Journal of General Practice, in-formeert artsen dat meer dan de helft van de patiënten die stoppen met het gebruik van SSRI-antidepressiva, ernstige en langdurige ontwenningsverschijnselen zullen ervaren, waaronder suïcidaliteit.”

Volgens onderzoekers van de Brighton and Sussex Medical School ‘omvatten psychische klachten prikkelbaarheid, angst, neerslachtigheid, slaapstoornissen, zelfmoordgedachten en hallucinaties. Fysieke verschijnselen zijn duizeligheid, grieperigheid, hartkloppingen, hoofdpijn, spierpijn en tremoren, zweten, maagdarmklachten (misselijkheid, diarree) en sensorische stoornissen (elektrische schokjes’ in de hersenen).’ In deze opsomming van andere’ verontrustende’ bijwerkingen staan enkele symptomen die het moeilijk maken om ontwenning van SSRI-antidepressiva te onderscheiden van een terugval in de depressie zelf.

Afbouwen van SSRI’s

Het is ook niet eenvoudig om van SSRI’s af te komen. Verlagingen naar kleinere doses veroorzaken grotere veranderingen in de neurotrans-missie, dus traditionele, lineaire dosis verlagingen (bijvoorbeeld het verminderen van sertraline met stappen van 50 mg) kunnen steeds grotere (of hyperbolische) veranderingen en ernstiger symptomen veroorzaken, aldus de onderzoekers van Brighton en Sussex: ‘Dit ver-klaart waarom sommige patiënten de vroege stadia van hun afbouw kunnen verdragen, maar tegen het einde, bij lagere doses, ontwenningsverschijnselen ervaren.’ Zij raden daarom een geleidelijk afbouw aan om de symptomen te ver-minderen, zoals aanbevolen door de Britse gezondheidsinstituten NICE en het Royal College of Psychiatrists.

Bij deze methode wordt steeds een deel (bijvoorbeeld 25%) van de vorige dosis afgehaald. ‘Om ontwenningsverschijnselen te voorkomen, moet het afbouwen over een lange periode plaatsvinden, van maanden of zelfs jaren. SSRI’s met kortere halfwaarde-tijden, zoals paroxetine en venlafaxine, vereisen een langere afbouw. 

Alternatieve behandelingen

Er is dus meer aandacht voor de pro-blemen met antidepressiva, maar wat kun je ondertussen doen om uit het zwarte gat te komen? Als een chemi-sche onevenwichtigheid niet de kern is van depressie, wat dan wel? En als antidepressiva op de lange termijn niet helpen, wat dan wel?

Onder gedesillusioneerde artsen is de slinger kortgeleden teruggegaan richting de psychoanalyse, met een hernieuwde acceptatie van een paar freudiaanse ideeën over onderdrukking en onbewuste schuld.

Een groeiend aantal therapeuten behandelt ook jeugdtrauma’s die mensen soms onbewust in hun leven herhalen, totdat ze het onder ogen zien en overwinnen. Maar zelfs deze therapeuten erkennen de lichamelijke aspecten van depressie. Rouw, verdriet, schuldgevoelens, wroeging en teleurstelling veroorzaken lichamelijke veranderingen, die een negatieve feedbackloop in ons denken kunnen veroorzaken.

Ontstekingen in de hersenen

In 2015 vergeleken Canadese onder-zoekers PET-scans van de hersenen van 20 patiënten met een depressie met die van 20 gezonde controledeel-nemers. Ze besteedden speciale aandacht aan de activering van microgliacellen die een cruciale rol spelen in de ontstekingsreacties van het immuunsysteem. Ze ontdekten aanzienlijke ontstekingen in de hersenen van mensen met een depressie, die het ernstigst waren bij de meest depressieve deelnemers.

Mensen met de diagnose klinische depressie hadden ongeveer 30% meer ontstekingen in hun hersenen dan de gezonde deelnemers. 12 Sindsdien hebben veel onderzoeken de rol van ontstekingen in de geeste-lijke gezondheid bevestigd. Het aanpakken van problemen die verband houden met ontsteking, is de kracht van integratieve psychiaters zoals James Greenblatt. Hij is universitair docent klinische psychiatrie aan twee Amerikaanse universiteiten en auteur van Integrative Medicine for Depression (Friesen Press, 2019).

Ik ben niet geïnteresseerd in het leggen van de schuld voor je de-pressie bij je verleden, bij je ouders of bij jezelf’, zegt Greenblatt. De hersengezondheid, of je zou het ook de geestelijke gezondheid kunnen noemen, hangt direct af van de lichamelijke gezondheid.’ Daartoe hanteert Greenblatt een functionele geneeskunde benadering van geestesziekte, en op zijn onderwijsplatform Psychiatry Redefined traint hij andere beoefenaars daarin. Hij kijkt naar de ontstekingsmarkers van mensen en bronnen die ontsteking kunnen uitlokken, van aminozuur- of vitaminetekorten tot hormonale disbalansen en microbiele infecties of onevenwichtigheden.

Tekorten en oplossingen

Hier volgen enkele van de meest voorkomende tekorten die depressie kunnen veroorzaken en manieren om deze te corrigeren. Hoewel supplementen nuttig zijn, kunnen veel tekorten ook worden verholpen met voeding.

De schildklier testen

Hoewel depressie en angst goed gedocumenteerde bijwerkingen zijn van een schildklier hormoon tekort, wordt de schildklierhormoonspiegel van depressieve mensen zelden gecontroleerd. Psychiater Greenblatt gelooft dat dit een fundamentele eerste stap zou moeten zijn. Schildkliertesten moeten de basale lichaamstemperatuur, het niveau van schildklier stimulerend hormoon (TSH) en vrije T3- en T4-spiegels meten. Op basis van de testresultaten dient aanvulling te gebeuren met een natuurlijke vorm van schildklierhormoon in plaats van met synthetische hormonen.

Dehydroepiandrosteron

Dehydroepiandrosteron (DHEA)

is een hormoon dat wordt gepro-duceerd door de bijnieren en dat na de middelbare leftijd afneemt. Een dubbelblinde, placebogecon-troleerde cross-overstudie uit 2005, gepubliceerd in de Archives of General Psychiatry, testte zes weken DHEA-therapie – 90 mg per dag gedurende drie weken en 450 mg per dag gedurende drie weken – tegenzes weken placebo en constateerde in de DHEA-groep een verlaging van 50% in depressiescores en verbeterde sek-suele functie. De conclusie was dat DHEA ‘een effectieve behandeling is voor ernstige en lichte depressies op middelbare leftijd’. 13

Zink

Zink is overvloedig aanwezig in het centrale zenuwstelsel. Het is essen-tieel voor honderden enzymatische reacties ten behoeve van een breed scala aan functies, van de DNA-synthese en spijsvertering tot de werking van het immuunsysteem. Een overzicht van 17 onderzoeken uit 2013 vond lagere niveaus van zink bij depressieve mensen dan bij mensen zonder depressie.’ Toen Greenblatt voor het eerst een 28-jarige patient zag, Gabi genaamd, had ze een 14-jarige geschiedenis van depressie en nam ze drie verschillen-de antidepressiva om het te verbete-ren. Gabi had witte vlekken op haar vingernagels, een teken van een laag zinkgehalte. Bloedonderzoek toonde een zeer lage waarde voor alkalische fosfatase, een leverenzym dat zink nodig heeft voor zijn productie, en in een smaaktest met vloeibare zink proefde ze alleen water in plaats van een metalige smaak – wat erop wees dat Gabi een tekort aan het mineraal had. Binnen een jaar nadat ze was begonnen met een zinksupplement was ze van alle antidepressiva af en vrij van depressie.

Magnesium

Een magnesiumtekort is in verband gebracht met nervositeit, angst, slapeloosheid en depressie. Sommige casusrapporten melden een snel herstel van zware depressie bij mensen die driemaal daags en voor het slapengaan 125-300 mg magnesium innamen in de vorm van magnesium glycinaat en magnesium tauraat bij de maaltijd. 15 Een overzichtsartikel uit 2017 over de rol van magnesium bij neurologische aandoeningen toonde eveneens aan dat er duidelijke verbeteringen optraden in depressiescores bij deelnemers die gedurende zes weken slechts 248 mg magnesiumchloride per dag innamen, vergeleken met degenen die geen behandeling kregen. De effecten waren binnen twee weken zichtbaar.16 Overigens worden magnesiumglutamaat en -aspartaan niet aanbevolen omdat ze depressie en andere neurologische symptomen kunnen verergeren.

B-vitaminen

Vitaminen B1 (thiamine), B3 (niaci-ne), B6 (pyridoxine), B11 (foliumzuur) en B12 (cobalamine) zijn essentieel voor de neuronale functie. Tekorten zijn in meerdere onderzoeken in verband gebracht met depressie.” Vitamine B1, dat essentieel is voor de opname van glucose in de hersenen, kan bij een tekort leiden tot stemmingsstoornissen en vermoeidheid. In een baanbrekend onderzoek uit 2013 werden 1.587 Chinese volwassenen tussen de 50 en 70 jaar oud getest; 28,2% van hen bleek een thiamine-tekort te hebben. Van nog groter belang was de ontdekking dat lagere concentraties thiamine geassocieerd waren met een grotere kans op depressiesymptomen, onafhankelijk van andere potentiële risicofactoren voor depressie. Uit een eerder Brits onder-zoek bleek dat 46% van de verpleeg-huisbewoners van 67-92 jaar een laag thiamine gehalte had, vergeleken met slechts 13% van de deelnemers van 19-37 jaar.

Vitamine B11 (foliumzuur)

Foliumzuur is van cruciaal belang voor de hersenontwikkeling; een tekort wordt sinds de jaren zestig in verband gebracht met depressie. Een onderzoek wees uit dat de depressie binnen drie maanden verminderde bij ongeveer 68% van de patiënten die antidepressiva en een supplement van I-methylfolaat slikten. Een verbazingwekkende 45,7% bereikte zelfs volledige remissie van depressie binnen 95 dagen.’19

Vitamine B12

Volgens een onderzoek hadden oudere vrouwen met een vitamine B12-tekort ongeveer t wee keer zoveel kans op ernstige depressie als oudere vrouwen zonder tekort.20  Andere studies wezen uit dat mensen (vooral vegetariers) die psychische problemen ontwikkel-den, waaronder depressie, een lage vitamine B12-spiegel hadden. Uit de onderzoeken bleek echter ook dat ze snel herstelden als ze de vita-mine aanvulden.21

Pyrrolen

Pyrrolen zijn metabolieten die normaliter worden uitgescheiden in de urine. Een urine-kryptopyrroltest kan een hoog niveau van deze me-tabolieten aan het licht brengen. Zij binden zich aan vitamine B6 en zink, waardoor die sneller opgebruikt raken en niet meer beschikbaar zijn voor de hersenfunctie. Het resulterende tekort kan leiden tot symptomen zoals angst, stemmingswisselingen, ernstige innerlijke spanning, depressie en psychose.

Hardlopen

In een overzicht uit 2020 van 116 onderzoeken werd gekeken naar het verband tussen hardlopen en geestelijke gezondheid. De conclusie was dat ‘hardlopen belangrijke positieve implicaties heeft voor de geestelijke gezondheid, met name voor depressie en angststoornissen’.22 Een ‘runner’s high’, het euforische gevoel dat kan optreden door intensief hardlopen en duurlopen, wordt vaak toegeschreven aan het vrijkomen van een stroom van endorfine. Volgens recent onderzoek is het echter waarschijnlijker dat de runner’s high wordt veroorzaakt door het vrijkomen van endocannabinoïden in de bloedbaan. Endocannabinoïden zijn stemmingsbevorderende neuromodulatoren die kortetermijneffecten produceren, waaronder afname van angst en gevoelens van kalmte. 23 • Dit artikel verscheen eerder in WDDTY mei 2023.”

Bron:

Medisch dossier, Jaargang 25, Nummer 8, December 2023